Aanwezig
De muis is er al voordat het verhaal begint.
Niet als aankondiging,
niet als richtinggever,
maar als aanwezigheid.
Zij beweegt.
En waar zij beweegt, ontstaat samenhang.
Eigen betekenis
De muis draagt haar betekenis in zichzelf.
Zij hoeft niets te verklaren.
Zij vertegenwoordigt niets.
Wie haar volgt,
ziet hoe verbanden zichtbaar worden
tussen tijden, objecten en ideeën.
Niet als een rechte lijn,
maar als een beweging die zich ontvouwt.
De constante
Tijden veranderen.
Werelden verschuiven.
Kennis groeit, versnelt, abstraheert.
De muis blijft in beweging.
Haar blik open.
Dat is aandacht.
Dat is trouw aan haar weg.
Groot en klein
De muis is klein.
Juist daardoor kan zij overal zijn.
Zij beweegt langs de randen van wat mensen bouwen.
Zij vindt ruimte tussen stilte en systemen.
Zij kiest geen macht maar nabijheid.
Haar aanwezigheid verbindt wat gescheiden lijkt.
Getuige
De muis reist.
Zij ziet wat mensen maken, geloven en achterlaten.
Wat zij ziet, legt zij niet vast.
Wat zij passeert, krijgt betekenis in het kijken.
De kijker sluit aan.
Niet als toeschouwer van buitenaf,
maar als medereiziger.
Aan het einde
In het laatste beeld verschuift de wereld.
Wat tastbaar was, wordt digitaal
Wat nabij was, wordt projectie.
De wereld verandert zo sterk
dat de muis niet kan blijven die zij was.
Zij zwijgt.